Skip to main content

Tag: Manggung

Doorlopend project.

In 2004 is een aanvang gemaakt een zogenaamde ‘buffelbank’ in de woongemeenschap Manggung binnen de desa Tileng. Ook in de woongemeenschap Tileng zelf is een aanvang gemaakt met een buffelbank, ten behoeve van het ‘ traditioneel sparen’.
U kunt u altijd voor dit project aanmelden voor sponsoring via vdjagt@tileng.nl. De kosten voor de aanschaf van een koe voor de “buffelbank” ligt tussen de EUR 300 en EUR 600 afhankelijk van de prijs op de veemarkt op dat moment. Ons management in Indonesië zorgt er voor dat het geld ook daadwerkelijk aan die projecten wordt uitgegeven.

Indonesische boeren beleggen traditioneel niet bij een bank, maar met hun vee. Het kapitaal staat achter het huis, met melk en kalveren als opbrengst. Met steun van buiten, zoals de Buffelbank, kunnen meer boeren de beschikking over koeien krijgen, om zo hun economische situatie sneller te verbeteren. De Buffelbank werkt als volgt: een boer verzorgt een koe (buffel) die door Stichting Tileng ter beschikking wordt gesteld. De koe wordt gedekt en het kalf wordt eigendom van de boer, waarna de koe door kan naar de volgende boer. Een duurzame ontwikkelingsmethode, waarbij de dorpen zich rustig kunnen ontwikkelen en waarbij niemand wordt uitgesloten. De Buffelbank beheert op dit moment ruim 200 buffels.

Javaanse voor één nacht

Het jaar zit er zo goed als op. Een mooi moment om terug te blikken en af te sluiten. De voorbije weken heeft u meerdere kleine rapportages van mij kunnen lezen. Mijn reis naar de desa’s van Stichting Tileng had mij daartoe geïnspireerd. Welnu, het is tijd geworden voor een afsluitende rapportage over een ervaring die zowel feestelijk als indrukwekkend was.

Het was op een van de laatste dagen van mijn verblijf in Baturraden dat ik door Santos en Iko (de lokale vertegenwoordigers) uitgenodigd werd om een theatervoorstelling in de nabijgelegen stad (Purwokerto) bij te wonen, georganiseerd in het kader van de Dies Natalis van de plaatselijke universiteit. Hoewel ik het Javaans (de gebruikte taal) alles behalve machtig ben, vond ik het direct een leuk idee. Ik twijfelde geen moment en zegde toe. Twee dagen later zat ik op de voorste rij van het toneelstuk. In de buitenlucht én, als een echte Javaanse. En vooral dat laatste, was een hele ervaring. Mijn gehuurde outfit en de urenlange aandacht die besteed werd aan mijn haar en make-up maakten de transformatie dusdanig volmaakt dat ik even schrok toen ik mezelf in de spiegel zag. Onherkenbaar. Nog meer indruk maakte de ontvangst die ik vlak na arriveren kreeg. Ik moest en zou op de eerste rij plaatsnemen, met VIP’s naast me en allerlei lekkernijen voor me. Ik werd behandeld als een prinses. Ik genoot van het toneelstuk, dat van zoveel expressie getuigde dat mijn taalbarrière tot een minimum beperkt werd. En, ik verbaasde me over de enorme aandacht die ik kreeg. Waar ik mijn bewondering na afloop over wilde brengen aan de regisseur, acteurs en actrices, wilden zij plotseling met mij op de foto. Enigszins ongemakkelijk voelde het wel. En toch was het uiteindelijk vooral erg grensverleggend. Onherkenbaar een onbekende wereld betreden waar iedereen naar je kijkt, dat vormt je.

En toen ik voor het slapen gaan de tientallen speldjes, die mijn haarstuk op zijn plaats hielden, voorzichtig uit mijn haar haalde, voelde ik plotseling een golf van ware rijkdom. Mijn ervaringen in deze cultuur waren stuk voor stuk cadeaus gebleken. Het land dat in materiële zin ontvangt van de stichting die ik steun bleek mij in immateriële zin zoveel geven te hebben. Ik werd geprikkeld, geïnspireerd en uitgedaagd in mijn eigen zijn. Mijn wereldbeeld verbreedde en verrijkte zich.
Mijn ervaring was daar, op die avond, zo compleet, dat ik me alleen nog maar meer in wilde zetten voor Stichting Tileng. Ware rijkdom wil je delen. Deelt u volgend jaar ook in ware rijkdom? Steun Stichting Tileng!

Een keten van samenwerking

Tijdens mijn bezoek aan Baturraden rijdt Santos, de lokale vertegenwoordiger van de stichting, me op zijn scooter van het ene naar het andere project. Achterop kan ik ruimschoots genieten van al het moois in de omgeving van het dorp. En, we maken op een efficiënte manier gebruik van de tijd.

Ik bezoek projecten (voornamelijk scholen) die reeds voltooid zijn en projecten die nog op de (lange) wachtlijst staan. Tijdens onze tochtjes valt het me op hoe groot het aantal mensen is dat Santos blijkt te kennen. Van parkeerwachters tot parkwachters, van koopmannen tot huisvrouwen en leraressen. Overal groet hij mensen en maakt hij een praatje. En denk maar niet dat het  ‘populair doenerij’ is. Hij is oprecht geïnteresseerd en je voelt dat de mensen hem mogen.

Op mijn vraag hoe hij toch al die mensen kent, zegt hij me, glimlachend en in vloeiend Nederlands: aandacht, heel veel aandacht. Aandacht voor de gezinssituatie, aandacht als er problemen zijn op school, op het werk, financieel. De aandacht vertaalt zich in een luisterend oor, een advies of het aandragen van een mogelijke oplossing.

Samen met Iko, werkend voor de regering op het departement ‘toerisme’, en tweede vertegenwoordiger voor Stichting Tileng, begon Santos (zelf al jarenlang gids) zo’n tien jaar geleden aan een meerjaren plan om Baturraden een veiligere en meer winstgevende plek te maken.

Ze geloofden in de potentie van het toerisme in hun gebied en streefden ernaar dit tot een betrouwbare bron van inkomsten te maken. Met hart en ziel zetten ze zich in voor de gemeenschap als geheel. Een belangrijke pijler van de strategie – uitgedacht door de bedachtzame Iko en met beide handen aangegrepen door de pragmatische Santos – is de oprichting van verenigingen. Zo heeft iedere beroepsgroep een eigen vereniging gekregen. De masseurs bij de heetwaterbronnen, de parkeerwachters, de koopmannen in het park. Die verenigingen maken afspraken, hebben vergaderingen,  controleren en sturen bij. Gaandeweg en met vallen en opstaan groeide zo het onderlinge vertrouwen, de sociale controle en uiteindelijk de veiligheid in de gemeenschap.

De criminaliteit daalde spectaculair en er kwamen zelfs journalisten vanuit het hele land om dit succes te rapporteren.

Het grootste geheim van het succes van dit ‘dreamteam’ zit hem in de bundeling van krachten. Op zo’n manier dat een enorme participatie bij de bouw van een nieuwe school het resultaat is. Zodanig, dat iedereen zijn of haar steentje kan en wil bijdragen. Oók Stichting Tileng, die juist in zo’n soort omgeving veel meer is dan een geldschieter. De gemeenschapszin die met zoveel geduld is opgebouwd kan namelijk vorm krijgen door het financieren van lokale projecten. Dat maakt Stichting Tileng een van de schakels in een duurzame en constructieve ‘keten van samenwerking’. We zouden er in Nederland nog wat van kunnen leren, van die keten. Draagt u ook uw steentje bij? Steun Stichting Tileng!

Een schril contrast

Herinnert u zich mijn beschrijving van mijn overnachting in Manggung nog? De nachtelijke avonturen bestonden o.a. uit een ‘kat en ratspel’ op het dak en een snurkende gastvrouw. Ik schreef er twee weken geleden een weekendverhaaltje over. Welnu, na mijn verblijf aldaar begaf ik me via Imogiri naar Baturraden, de derde en laatste (door mij bezochte) desa waar Stichting Tileng projecten heeft.  En, zo bleek, ik had mijn laatste dagen in Baturraden hard nodig. Om alles wat er tot nu toe gerealiseerd is te bezichtigen, maar ook om op de hoogte gesteld te worden van alles wat men daar nog van plan is. Eigenlijk heb je daar minstens drie weken voor nodig. Ik had nog maar vijf dagen. Het zou een intensief en boeiend bezoek worden.

Onder alles wat zich aan mijn oog voorbij trok, bevond zich een schril contrast. Het deed me nog het meest denken aan het verschil tussen het  ‘voor’ en het  ‘na’ in (westerse) metamorfoses. De metamorfose betrof hier echter geen auto, geen schoonheidsideaal en geen interieur.
De metamorfose had hier betrekking op een lagere school. Op meerdere lagere scholen. Enerzijds de pasgebouwde (door Tileng gerealiseerde) scholen; stevig en weldoordacht geconstrueerd. Anderzijds de sterk verloederde oude scholen, die al tijden op de wachtlijst van de stichting staan. Waar de nieuwe school ruimte, licht en een frisse atmosfeer ademt, zie je de plafonds van de oude gebouwen van ellende in elkaar vallen. Plafonds die al jarenlang schreeuwen om onderhoud. Plafonds waar asbest in verwerkt is. Plafonds waarvoor docenten zo bang zijn, dat er ze geregeld het idee opperen om met een helm op les te geven. Echt, zo erg is het. De regering heeft simpelweg te weinig geld. En als de school al voor een opknapbeurt in aanmerking komt dan blijft het over het algemeen bij een likje verf.

En tja, wat doe je dan? Je maakt foto’s. Je praat met mensen. Je verwondert je. Je verbaast je.
Over de enorme ongelijkheid in de wereld. De aanblik van de oude scholen doet gewoonweg pijn.
Het maakt boos en frustreert. De nieuwe scholen, daarentegen, die inspireren. Zeker als mij verteld wordt hoe groot de participatie van de gemeenschap geweest is bij het bouwen van de laatst gerealiseerde lagere school. Iedereen droeg -letterlijk-  zijn steentje bij. De vrouwen verzorgden de catering. De mannen zetten hun spierkracht in. Gezamenlijk zocht de gemeenschap materiaal dat hergebruikt kon worden. Zo kon er op alle vlakken bespaard worden.

En wat doe je dan? Je verwondert je opnieuw. Je verbaast je over de kracht van de mens. Over het bundelen van die krachten, dat dat lukt. Het zou zoveel vaker moeten lukken. En wat doen je dan?
Je schrijft erover. Om te delen en vooral: om krachten te bundelen. Het schrille contrast doet teveel pijn aan de ogen. Met een helm op lesgeven vanwege rondvliegende stukken plafond: dat is toch te gek voor woorden?  Steun Stichting Tileng!

 

Lokale rijkdom

Tijdens mijn verblijf in Manggung/Tileng , slaap ik op de grond van het huis van het dorpshoofd.

’s Avonds, voor het slapen gaan, wordt er een mat neergelegd en krijg ik een laken om me mee te bedekken. Ik zie uit naar dat eenvoudige bed, want ik ben doodmoe. Maar hoe moe ik ook ben, het wordt een korte nacht.

De onbekende geluiden verhinderen me de slaap te vatten. Gebiologeerd en enigszins verschrikt luister ik naar de rat die vlak onder het dak opgejaagd wordt door de kat die rare sprongen maakt. Iedereen om me heen lijkt in diepe rust te zijn. En als ik na het ‘kat en rat-spel’ opgelucht ademhaal om eindelijk te kunnen gaan slapen, hoor ik dat de vrouw des huizes (die op minder dan een meter afstand ligt) is begonnen met snurken.

De volgende dag blijkt Astin, de tolk die mij zo trouw vergezelt, heerlijk geslapen te hebben.  Mijn kleine oogjes verraden me en ik vraag haar of zij niks gehoord heeft. ‘Die geluiden? Ja, die heb ik wel gehoord, maar die moet je gewoon negeren, dan val je vanzelf in slaap,’ antwoordt Astin. Waarna ze me vraagt: ‘Hoor je in jouw huis dan geen geluiden?’ Waarop ik me bedenk dat het in mijn huis relatief erg stil is. Omdat het huis relatief erg groot is. En de muren relatief erg dik .
Het leven in deze kleine hutjes dwingt je tot aanpassing. Aan de kleine ruimte, aan de dunne wanden en aan de vele geluiden. Het is precies die aanpassing die ik bewonder in de mens. Het is de reden dat er zoveel verschillende culturen zijn. De flexibiliteit om adequaat te reageren op de heersende omstandigheden; ik zou het lokale rijkdom willen noemen.  Wat direct aangeeft waarom een buitenstaander vlak na zijn aankomst in een vreemde omgeving arm te noemen is.

Het geeft ook aan waarom het voor Stichting Tileng zo belangrijk is om het initiatief voor de uit te voeren projecten bij de lokale bevolking te laten. Zij kennen tenslotte hun omgeving het beste. Zij weten als geen ander waar de behoeftes liggen. Dikkere wanden zullen zij misschien voorstellen om beter bestand te zijn tegen een eventuele aardbeving. Maar in ieder geval niet vanwege een snurkende vrouw des huizes. Steun Stichting Tileng!

Oog in oog met een koe

De koe kijkt me enigszins meewarig aan. Ze lijkt zich niet bewust van haar enorme waarde.

Ik ben dat  – sinds mijn arriveren hier in deze desa –  des te meer. Na mijn tocht langs de scholen en huizen, die met steun van Stichting Tileng gerealiseerd zijn in Imogiri, begeef ik mij naar de desa Tileng/Manggung. In tegenstelling tot Imogiri, dat onder de rook van Yogyakarta ligt en stedelijk te noemen is, zijn deze twee dorpjes gelegen in een zeer landelijk gebied.

Hier is Stichting Tileng ooit begonnen te bestaan, toen de oprichter besloot dat het zo niet langer kon in het dorpje dat hij bezocht en, terug in Nederland, startte met het steunen van kleinschalige projecten. Inmiddels zijn die projecten grootschalig te noemen; ze hebben een belangrijke impact op de gemeenschap. Een van de grootste successen hier is de – tot de verbeelding sprekende – buffelbank.

Tijdens mijn eerste bezoek aan de nabijgelegen landbouwgrond wordt mij de reden van het succes meteen duidelijk. Ik zie kilometers en kilometers aan land en ik begrijp: dit enorme oppervlak moet verbouwd worden. Op de landerijen groeien pinda’s, rijst en cassave. De spierkracht van de koe wordt gebruikt voor het bewerken van het land. Maar dat niet alleen. De koe is ook een uitstekende ‘mestfabriek’ en wordt als zodanig ingezet om het land vruchtbaar te houden. Bovendien is de koe – over het algemeen na kunstmatige inseminatie – de voortbrenger van een waardevol kalf, dat op de markt verkocht kan worden, zodat de familie in kwestie naast de opbrengst in natura er ook financieel op vooruit gaat.

Iedere familie heeft een eigen koe gekregen. En iedere familie heeft de verantwoordelijkheid voor die koe. Als de koe niet aan het werk is, staat ze in de houten stellingen naast het land. In de verte zie ik iemand aan komen lopen met gigantische balen gras. Nog even en de koe die mij zojuist nog meewarig aankeek heeft alleen nog oog voor haar avondmaal. Wat een mooi project. Helpt u ons om nog meer buffelbanken te realiseren? Steun Stichting Tileng!

Thuis in Indonesië

Het was een lange reis. Vanaf Schiphol is het twaalf uur vliegen naar Kuala Lumpur, waar ik de broodnodige slaap moet uitstellen vanwege de klok die maar liefst zes uur op me vooruit loopt.

Na drie uur wachten gaat de reis verder naar Jakarta, op twee vlieguren afstand. Daar wacht ik wederom een paar uur om vervolgens door te gaan naar Yogyakarta, waar ik uiteindelijk na bijna dertig uur (sinds mijn vertrek uit Rotterdam de dag ervoor) arriveer.

Dat lijkt lang, maar dertig uur is nog altijd niet lang genoeg om te verhinderen dat ik het gevoel heb me heel plotseling in een andere wereld te bevinden. De eerste beelden, de geuren die tot je komen, de mensen die tegen je beginnen te praten. Het onbekende land nodigt me vriendelijk uit me hier de komende twee en een halve week thuis te gaan voelen. Tussen alles wat onbekend is, is er opeens een onverwachte vertrouwdheid. De vluchtnummers. Een voor een schallen ze door de microfoon. Hun zachte maar indringende geluid herinnert me aan lang vervlogen tijden. Als klein meisje leerde mijn oma me tot tien tellen in het Bahasa Indonesia. Ze leeft niet meer, mijn oma, maar hier, op het vliegveld van Yogyakarta, is ze opeens verrassend dichtbij.

Ik stap de aankomsthal uit en zie mijn naam op een papiertje geschreven. Dat moet Puri zijn, onze lokale vertegenwoordiger. Ik stap bij hem in de auto en we rijden in een uur naar Imogiri, waar ik de komende week door zal brengen. Aangezien Imogiri slechts een van de desa’s is waar Stichting Tileng projecten heeft, staat tevens een reis naar Manggung / Tileng en Baturraden op het programma.

Ik ben benieuwd wat de komende weken mij zullen brengen. Het uitgangspunt is het verzamelen van zoveel mogelijk materiaal voor het door mij te schrijven jubileumboekje met daarin het verhaal (of de verhalen) van Stichting Tileng. Ik heb het project ook wel ‘Dichterbij: een kunstproject in woord en beeld’ genoemd. De komende weken geef ik u alvast een voorproefje in de vorm van weekendverhalen. Hou de website dus in de gaten. En geloof me: die reis van dertig uur was het waard. Dubbel en dwars.

Leren over anderen is leren over jezelf

Mijn tijd in Manggung zit erop! Twee en een halve maand heb ik in Manggung mogen verblijven. In de tussentijd ben ik ook naar Imogiri en Baturraden gegaan. In al deze 3 plaatsen is Stichting Tileng actief.  Ik heb Indonesië leren kennen vanuit een perspectief dat niet snel voor de hand ligt. De gemiddelde buitenlandse bezoeker doet Indonesië aan voor de toeristische plaatsen die het land rijk is. En waarom ook niet? Het is nu eenmaal een prachtig land, maar de realiteit achter de glimlach en de gastvrije warmte van de Javanen kan echter ook anders zijn. De mensen in de dorpen werken hard op het land in een gebied waar de watervoorzieningen slecht zijn. Mensen zijn in alles afhankelijk van het weer. Regenwater wordt opgevangen in watertanks en -bakken en gebruikt om te wassen, eten te bereiden en als drinkwater voor het vee. Veel regen is goed voor het dagelijks gebruik en stelt de tijd uit dat mensen water moeten gaan inkopen. Echter teveel regen beïnvloedt de oogst negatief, waardoor de prijs per kilo van bijvoorbeeld pinda’s, maïs of cassave ver kan teruglopen. Voor mijn afstudeerproject ben ik op zoek gegaan naar dergelijke levens- en werkwijzen van dorpelingen (voor het overgrote deel boeren) tegen een achtergrond van ontwikkelingsprocessen en -mechanismen. Zo maakt de hulp van de stichting deel uit van ontwikkelingsprocessen waarbij ook de nationale en lokale machtstructuren (denk aan dorpshoofden, religieuze leiders en lokale overheidsfunctionarissen) bij betrokken zijn. Binnen al deze bestaande structuren moet de stichting haar weg vinden naar de lokale bevolking. Daarbij moet ook de lokaal specifieke cultuur van die samenlevingen zeker niet over het hoofd worden gezien. Al met al geen gemakkelijke opgave.

De stichting is over het algemeen vrij om te gaan en staan waar men wil zonder dat er teveel tegenstand is van lokale overheden. De participatie vanuit de overheid is het sterkst in Baturraden. Het verbouwen van lagere scholen, die allen onder verantwoordelijkheid van de overheid vallen, betekent automatisch ook contact met de overheid. Mede door de sterke lobby en sociale netwerken van de twee contactpersonen van de stichting zou het op korte mogelijk zijn dat de overheid van Indonesië financieel gaat bijdragen aan projecten van de stichting.

In Baturraden zijn de twee contactpersonen goed geworteld in de lokale samenleving en is men in staat om verschillende groepen in die samenleving bewust te maken van het nut van samenwerking. In Manggung komt de lokale vertegenwoordiger uit Imogiri, van buiten het dorp dus. De lokale vertegenwoordiger ondervindt hier meer moeilijkheden, doordat hij minder geworteld is in de lokale samenleving en minder in staat is om een sociale beweging op gang te brengen. De uitdaging voor de toekomst voor de stichting en zijn vertegenwoordigers is om de lokale vertegenwoordigers zo te ondersteunen dat het draagvlak voor de stichtingactiviteiten onder de lokale bevolking blijft groeien. Een goede impuls hiervoor is pas nog gegeven door middel van het bezoek van de voorzitter van Stichting Tileng aan de desa’s en de projecten in de maanden juni en juli.

Mijn ervaringen in de afgelopen periode zijn er teveel om nu op te noemen. Wat ik als antropoloog in spé vooral geleerd heb is dat leren over anderen, leren over jezelf betekent! Ik ben mezelf een paar keer tegengekomen, maar mijn Nederlands individualisme legde het al gauw af tegen de Indonesische hartelijkheid. Ik heb het voorrecht gehad om in het leven te kruipen van de mensen in de dorpen. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk te participeren en te observeren. Alles om maar zoveel mogelijk te weten en te begrijpen over het leven van de mensen in de dorpen. Als ze naar het land gingen, volgde ik. Was er een dorpsvergadering, dan was ik ook aanwezig.  Voetballen met kinderen, hangen met ouderen, huisbezoekjes………conclusie: ik ben haast meer te weten gekomen over mezelf dan over de mensen waarvoor ik gekomen was!

Salam hangat,

Bericht uit Imogiri

Na onze rondreis op Sumatra zijn we aangekomen in de desa Imogiri. Na het bekende ontvangst hebben we intrek genomen bij onze pleegzoon Puri (tevens vertegenwoordiger van Stichting Tileng) en zijn familie.

Doordat de eindejaarsceremonie van de eerste door ons gebouwde kleuterschool is uitgesteld kan ik als voorzitter van de stichting daarbij aanwezig zijn. De kinderen voeren in traditionele kledij diverse dansen en versjes uit; een programma dat ruim twee uur duurt. Aan het eind van de voorstellingen reik ik diploma’s uit aan de kinderen die de kleuterschool verlaten om na de vakantie naar de lagere school te gaan. Verder wordt medegedeeld dat de kleuterschool is uitgekozen tot de beste en de mooiste kleuterschool van de regio. Men spreekt opnieuw dank uit naar de stichting, zonder wiens steun dit niet mogelijk geweest zou zijn. Een mooi resultaat van ons werk, niet waar?

Daarnaast brengen we een bezoek aan de bewoners van de door ons gebouwde permanente woningen ter vervanging van de in 2006 gebouwde bamboe noodwoningen. Een ieder woont er met veel plezier en begint er zijn eigen woning van te maken. Een hele stap in de richting van een beter woon- en leefklimaat.

Met het plaatselijke management van de stichting spreek ik over hoe verder te gaan met de wederopbouw van Imogiri. Ook hebben we nogmaals het toewijzingsbeleid van de stichting in deze doorgenomen, zodat het verzekerd blijft dat de gebouwde permanente woningen bestemd blijven voor de slachtoffers van de aardbeving.

Vanuit Imogiri heb ik tevens een bezoek gebracht aan Tileng/Manggung. Daar heb ik het door ons gebouwde coöperatiegebouwtje overgedragen aan het dorpscomité. Een mooi gebouwtje waar de bewoners van Manggung zeer trots op zijn. Met het comité en de bevolking heb ik ook gesproken over het vervolgprogramma van de coöperatie. Het gebouwtje moet immers operationeel worden. Men gaat nu een programma uitwerken met een begroting. Beiden zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de stichting om zo een start te maken met de operationalisering. Wat betreft de operationalisering moet u denken aan de aanschaf van kunstmest, zaden, materieel en dergelijke. Overigens werd ook gemeld dat het zeer goed blijft gaan met de zogenaamde ‘buffelbank’.

Verder heb ik ook met Jozef den Hollander gesproken, die inmiddels al ruim een maand verblijft in Manggung. Hij is helemaal ingeburgerd en is een met de mensen geworden. Hij schreef daar eerder een verhaal over.

Morgen vertrek ik naar Baturraden waar ik twee lagere scholen zal openen in het bijzijn van mensen van het Ministerie van Onderwijs en Toerisme uit Jakarta. Ook zal daar de Bupati (een soort commissaris van de Koningin) bij aanwezig zijn. Ik ben benieuwd wat voor feest ze er van maken. Natuurlijk zal ik daar na afloop ook weer over schrijven.

Voor nu laat ik het hierbij. Blijf de website volgen!

Nieuws uit Manggung: ‘Mau ke mana?’

In Manggung en omliggende dorpen is Stichting Tileng actief met een zelfregulerende ‘koeienbank’ en heeft het in voorgaande jaren verschillende kleuterscholen her- en verbouwd. De stichting wordt hier met Javaanse tongval steevast ‘stiktin’ genoemd. Ton Lange, voorzitter van de stichting, wordt hier omgevormd tot ‘Pak Ton’ of Mister Leng’. De vraag die ik dagelijks hoor als ik weer eens rond loop in het dorp is ‘Waar wil je naartoe? oftwel ‘Mau ke mana?’. Zo vaak komt er niet een vreemdeling langs en zeker niet eentje die langer blijft dan gebruikelijk. Mensen willen weten waar ik vandaan kom en nog belangrijker ‘ke mana’, waar ik naartoe ga. Al bijna een maand heb ik het voorrecht om in het dorp Manggung te verblijven.

Voordat ik in Manggung arriveerde heb ik een kleine week in Imogiri doorgebracht. Deze plaats is in 2006 hard getroffen door een aardbeving en heeft veel noodhulp gehad van binnen- en buitenlandse ontwikkelingsorganisaties. Inmiddels zijn deze ontwikkelingsorganisaties vertrokken uit Imogiri. De stichting onderscheidt zich juist door niet te vertrekken, maar samen met de mensen te bouwen aan een nieuwe toekomst. Vier permanente woningen zijn inmiddels klaar en mensen zijn in afwachting van de bouw van meer permanente woningen. Van de vijf kleuterscholen, ook ver- en herbouwd door de stichting, valt één kleuterschool extra op. Door zijn kleurrijke uitstraling en unieke locatie, aan de voet van de lange trap naar de graven van de ‘Sultans van Yogyakarta’, kunnen toeristen die Imogiri bezoeken haast niet om het schooltje heen. Een goede visitekaart voor de stichting dus.

Zoveel anders dan Imogiri is Manggung, dat in een zeer bergachtig gebied ligt waar het overgrote deel van de mensen ‘petani’, oftewel landbouwer is.  Mensen leven echt van- en met- hetgeen wat de natuur de mensen geeft. Dit is letterlijk terug te zien in de houding en het levensritme van de mensen. De mensen zijn erg gericht op hun land, hun vee en de sociaaleconomische conditie van hun dorp. De gesprekken van alle dag gaan hier dan ook altijd over. Mensen moeten overleven en kijken wat dat betreft niet heel ver vooruit. Door het houden van koeien hebben mensen iets meer zekerheid over hun inkomen. Dat inkomen schommelt erg en is voor het overgrote deel afhankelijk van oogsten, arbeid en de keuzes die de mensen maken. Ondanks de bestaande verschillen in inkomen en bezit heerst er een sterke sociale controle (o.a. door de vele sterke familiebanden) en de aanwezigheid van ‘gotong royong’ (‘wederzijdse hulp’).

De mensen zijn zeer te spreken over het koeienproject dat hier al 6 jaar draait. De toezichthouder van de koeienbank, bestaande uit bewoners van Manggung, ziet toe op een goede regulering en de in- en verkoop van koeien. De koeienbank voorziet in een grote behoefte en sluit goed aan bij de lokale economie en levensstijl. Over het algemeen worden koeien pas verkocht voor grote investeringen zoals het renoveren van huizen en het betalen van het schoolgeld van kinderen. Het ‘sparen’ in de vorm van het houden van koeien is dan ook gericht op de lange termijn. Er zijn ook mensen die een kleine veestapel proberen op te bouwen. Dit vereist in de eerste plaats ‘keberanian’ (moed). Daarnaast moeten mensen genoeg  fysieke en economische middelen hebben om een grote veestapel dagelijks te kunnen onderhouden. Verder vraagt dit om een mentaliteitsverandering, omdat mensen meer ruimte op hun land moeten vrijmaken voor grassoorten die nodig zijn om de koeien te kunnen voederen. Dit gaat op zijn beurt weer ten koste van de ruimte van de bestaande gewassen (dus minder oogst en opbrengsten op korte termijn).

Kortom, het blijkt niet eenvoudig te zijn om meer inkomen te genereren, maar met de oplevering van een coöperatiegebouw begin dit jaar moet dit in de toekomst steeds beter kunnen gaan. Het programma van de coöperatie is nog niet bekend. Duidelijkheid over welke koers het moet gaan varen is dan ook op korte termijn zeer nodig.

Als laatst wil ik nog zeggen dat ik nog nooit zo een gastvrijheid en vriendelijkheid heb meegemaakt als hier. Als ik bijna dagelijks naar het land ga om mee te kijken hoe men werkt en leeft, en zo nu en dan eens meehelp, dan doet men er alles aan om te zorgen dat ik niets te kort kom. Ik ga mee naar dorpsactiviteiten en ben al echt geworteld in het Javaanse dorpsleven.  Ik kan nu al zeggen dat deze mensen mijn hart gestolen hebben.