Skip to main content

Tag: desa

TK PKK 36 Pajimatan, Girirejo, Imogiri

Zoals ik eerder schreef, zijn we na onze rondreis op Sumatra naar de desa Imogiri op Java gegaan. Imogiri maakt deel uit van het district Bantul en ligt ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Yogyakarta.

Doordat de eindejaarsceremonie van de eerste door ons gebouwde kleuterschool was uitgesteld, kon ik als voorzitter van de stichting daarbij aanwezig zijn. De kinderen voerden in traditionele kledij diverse dansen uit en zongen versjes. Het programma duurde ruim twee uur. Aan het eind van de ceremonie reikte ik diploma’s uit aan de kinderen die de kleuterschool verlaten om na de vakantie naar de lagere school te gaan.

Ook van deze ceremonie zijn videobeelden gemaakt die ik u ook niet wil onthouden.

Klik hier voor de videobeelden.

Uit de videobeelden van de afgelopen weken hebt u een aardig beeld kunnen krijgen van het werk van Stichting Tileng op Java.

Afgelasting Benefiet 2010: helaas, maar waar

Zoals u wellicht weet stond op 18 september onze jaarlijkse Benefiet op het programma; dit jaar vooral in het teken van ons tienjarig bestaan. Helaas hebben wij echter moeten besluiten om deze benefietdag niet door te laten gaan. Met pijn in het hart natuurlijk, maar het was de enige juiste beslissing. Het probleem zit hem voornamelijk in het vinden van sponsors die garant kunnen en willen staan voor de kosten van de Benefiet. Dit is juist zo belangrijk omdat wij niets van de donaties die de stichting ontvangt willen gebruiken voor het organiseren van een dergelijke dag. Dat zou in strijd zijn met de werkwijze van Stichting Tileng, namelijk de overheadkosten tot het kleinste minimum te beperken, zodat 99% van de donaties naar projecten in Indonesië gaat. Daarnaast heeft ook een aantal artiesten aangegeven toch niet van de partij te kunnen zijn op de betreffende dag.

Wij willen de sponsors en de artiesten die wél toegezegd hadden de Benefiet van Stichting Tileng te steunen hartelijk bedanken voor hun loyaliteit en trouw.
Onze blik is gericht op de toekomst. We rekenen erop dat we over twee en een half jaar in staat zijn stil te staan bij een – wederom – bijzonder moment, namelijk: het 12,5 jarig bestaan van de stichting. In de tussentijd blijven we doen wat we altijd doen: de desa’s in Indonesië steunen. We hopen van ganser harte dat u dat ook zult blijven doen. En bij deze alvast een oproep: mocht u, naast uw steun aan Stichting Tileng, ook ons jubileum over twee en een half jaar willen ondersteunen –  op welke manier dan ook –  dan horen wij dit graag!

Bezoek aan de desa’s van Stichting Tileng

Binnenkort vertrek ik op eigen kosten weer voor een vakantie naar Indonesië. Aan het eind van mijn vakantie op Sumatra zal ik doorreizen naar Java en zal ik weer een bezoek brengen aan een aantal projecten van Stichting Tileng. In Baturraden zal ik twee lagere scholen in gebruik geven, in Imogiri wordt de vierde permanente woning (link verhaal van 7 mei a.s. Ton) in gebruik gegeven en in Manggung vindt de feestelijke oplevering plaats van het coöperatiegebouw (link verhaal van 28 mei a.s. Cees) van de buffelbank. Al deze projecten hebben wij kunnen financieren met donaties van onze donateurs en sponsors.

Tijdens mijn reis zal ik proberen al iets van mijn belevenissen in de desa’s te mailen aan de eindredactie van het nieuws, zodat u via de website op de hoogte kunt blijven.

Tijdens mijn verblijf op Java zal ik ook de bezoeken van onze bestuursleden Eveline de Bruijn en Ellen Mierop voorbereiden. Eveline zal op eigen kosten een bezoek brengen in het kader van het promotieproject “Dichterbij: een kunstproject in woord en beeld” . Ellen zal op eigen kosten een aantal projecten bezoeken tijdens haar vakantiereis naar Java en Bali.

De kosten van de 3 bezoeken komen, zoals u van ons gewend bent, niet ten laste van de financiële middelen van de stichting. Stichting Tileng streeft er immers naar de overheadkosten zo laag mogelijk te houden; zie ook: Bestedingsgarantie.

https://www.tileng.nl/index.php?page_id=1160 .

Zoals u leest worden door bestuursleden kosten nog moeite bespaart om met eigen ogen de projecten van de stichting te zien.

Even voorstellen….

Het is donderdagmiddag 6 mei in Yogyakarta (‘Jogja’), Indonesië. Locatie: de faculteit Culturele Wetenschappen (Ilmu Budaya) van de Universiteit Gadjah Mada (UGM). Ik ben net een paar dagen koud ingevlogen vanuit Amsterdam en zit nu onder tropische omstandigheden tussen wat Indonesische studenten Antropologie in. Met mijn geringe kennis van het Bahasa probeer ik mezelf verstaanbaar te maken. Het lukt voor, ik schat, ‘dua puluh persen’ (20%). Na wat gestuntel met de taal, word ik meteen al door medestudent Jeri uitgenodigd voor een feest aan de voet van de vulkaan Merapi  morgenavond. Althans, dat denk ik. Vrijdagmiddag 7 mei. Daar sta ik dan met mijn mobieltje in mijn hand vragend aan Jeri wanneer hij mij vanavond komt oppikken. Ik heb mijn avondeten bij mijn ‘rumah kos’ al afgezegd en heb wat ‘kretek’ ingeslagen voor vanavond. Na wat doorvragen blijkt dat het feest pas morgenavond 8 mei is!. In mijn gedachten ga ik terug naar donderdagmiddag en ik hoor Jeri toch echt ‘sampai besok’ (tot morgen) zeggen. Mijn eerste praktijkles Indonesië is een feit. ‘Sampai besok’ betekent in Indonesië vaak niet letterlijk ‘de dag na vandaag’, maar kan net zo goed ‘volgende week’ betekenen. ‘Selamat datang di Indonesia!’.

Mijn naam is Jozef den Hollander, 26 jaar oud en master-student Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.  Voor mijn afstudeerproject wil ik binnenkort naar de drie plaatsen gaan waar Stichting Tileng al jaren actief is. Daar zal ik niet namens de Stichting Tileng, maar wel met behulp van de lokale vertegenwoordigers van de stichting, onderzoek doen naar de verschillende interacties tussen mensen in de desa’s. Waarom, vraagt u zich misschien af?. Ontwikkelingshulp is geen eenrichtingsverkeer en vindt niet alleen plaats tussen Stichting Tileng en de verschillende doelgroepen van de projecten. Er zijn meerdere mensen op het toneel die niet behoren tot de verschillende doelgroepen, maar die wel effect kunnen hebben op de resultaten van de projecten. De aanwezigheid van de projecten van Stichting Tileng in de desa’s gaat dus, zij het in meer of mindere mate, alle mensen van de desa’s aan!. Als student Antropologie ben ik vanaf het begin van mijn studie al zeer geïnteresseerd in ontwikkelings- en armoedevraagstukken. Met dit onderzoek hoop ik dan ook meer te weten te komen over de complexe werking van ontwikkelingshulp. In de toekomst probeer ik u meer te vertellen over mijn onderzoek, maar wanneer dat zal zijn……tja, ik kan hier in Indonesië alleen maar zeggen ‘sampai besok’!.

Inspiratie (7)

Vijf jaar geleden benaderde Ton Lange mij met het verzoek om ambassadeur te worden voor Stichting Tileng. Na enig nadenken besloot ik dat te doen en daar heb ik nog geen minuut spijt van gehad. Waarom? Door inspiratie. Het werk van Stichting Tileng inspireert mij en de projecten van de stichting inspireren vele anderen. Dat zijn in de eerste plaats de bewoners van de Javaanse desa’s waar de stichting zich voor inspant. De gedachte dat er in ons land mensen zijn die hen willen helpen aan een beter bestaan is een belangrijke inspiratiebron. Maar ook de wijze waarop Stichting Tileng hulp biedt vind ik inspirerend. Uitgaan van de wensen en noden van de lokale bevolking, maar ook van de mogelijkheden en de bereidheid die men daar zelf heeft om het eigen bestaan te verbeteren. De hulp die de stichting biedt sluit aan op wat de mensen daar zelf willen en zelf kunnen.

Ontwikkelingshulp is vaak teveel alleen maar een kwestie van een partij die geeft en een partij die ontvangt. Dat is een relatie die tot dankbaarheid verplicht en dat leidt juist niet tot wederzijdse inspiratie.

Van alle projecten van Stichting Tileng ben ik persoonlijk het meeste weg van de buffelbank. Die symboliseert heel sterk hoe met enige hulp van ons de dorpsbewoners daar op den duur zelfvoorzienend kunnen worden. Bovendien stoelt dit project op een zeer oude Javaanse traditie. Die ‘adat’ maakt de buffelbank tot een project dat direct aansluit op de vertrouwde Javaanse dorps- en familiecultuur. Kijk, dat inspireert.

Zo’n familiecultuur ervaar ik ook bij Stichting Tileng zelf. Volgens mij hebben de bestuursleden en vrijwilligers ook een soort familiegevoel. Tijdens de verschillende keren dat ik op de jaarlijkse benefietdag voor de stichting mocht optreden, bemerkte ik een gevoel van onderlinge verbondenheid. Niet alleen met de Tileng-projecten, maar ook met elkaar. Kijk, dat inspireert.

Als tekstschrijver en componist kan ik niet zonder inspiratie. Die krijg ik van mensen die ik ontmoet en gebeurtenissen die ik meemaak. Als muzikant voel ik hoe mijn teksten en muziek weer anderen inspireren. Die wisselwerking is voor mij een belangrijke levensbron. Inspiratie is iets wat je kan krijgen en wat je kan geven. Inspiratie is iets wat mensen met elkaar kunnen delen. Ik wens Stichting Tileng nog veel gedeelde inspiratie toe met hun werk voor de mensen in al die desa’s én met hun werk voor elkaar.

Salam manis

 

Inspiratie (6)

Wat inspireert mij in mijn werk voor Stichting Tileng? Die vraag heb ik mij inderdaad wel eens gesteld. Wat is de drijfveer om je in te zetten voor een stichting als Stichting Tileng? Ik denk dat er maar een antwoord past bij een vraag als deze, namelijk: passie. Passie voor het land en voor de mensen die er leven.

Passie voor een heleboel mooie dingen, die we daar met zijn allen al hebben kunnen realiseren. Nieuwe scholen bouwen, oude scholen renoveren. Huizen bouwen, met name in Imogiri na de aardbeving in 2006. Na de ramp hebben we direct kunnen helpen, mede dankzij de donateurs hebben we 35 tijdelijke huizen kunnen bouwen. Nu, inmiddels vier jaar later, wordt er nog steeds gebouwd aan huizen die toen zijn beschadigd. Nog steeds wonen er mensen in huizen die zwaar zijn beschadigd door de aardbeving. We hebben hier al heel veel aan kunnen doen, maar we zijn nog druk bezig iedereen in het getroffen gebied een goed onderkomen te bieden door het bouwen van nieuwe woningen. Vier zijn er inmiddels klaar. Er moeten er nog tien worden gebouwd.

Passie die ik mag delen met de leden van het bestuur, maar zeker ook met de donateurs die de stichting een warm hart toe dragen. Passie die je deelt met de mensen in Indonesië, onze vertegenwoordigers die zich dagelijks inzetten om de ingediende plannen goed en binnen het door hen zelf opgelegde budget te realiseren.

Allemaal belangeloos, zowel hier in Nederland als aan de andere kant van de wereld in Indonesië. Samen werken we aan iets moois, het einde is nog niet in zicht, we kunnen er nog zoveel doen.

Ook zijn er nog steeds kinderen die naar school moeten in een gebouw dat niet voldoet; lekke daken, kapot meubilair. En wat te denken van het buffelproject; inmiddels een groot succes in Manggung en omgeving. We zijn druk bezig om dit ook in Imogiri en Baturraden te realiseren. Ieder gezin een koe, hoe simpel kan het zijn? Iedere keer weer wordt de passie gevoed door goede berichten uit de desa’s. Simpelweg een mailtje met een foto. Een foto waarop blije kinderen staan die weer veilig naar school kunnen. Of een foto van een gezin voor het gerenoveerde huis. Op het gezicht een glimlach, niet alleen bij hen, maar ook bij mij. Iedere keer weer, als we een nieuw project hebben opgeleverd en we het resultaat mogen aanschouwen, dan ben ik trots dat ik daar deel van uit mag maken. Dat moet passie zijn. Voor mij het enige juiste antwoord.

Volgende week leest u over de inspiratie van onze ambassadeur Wouter Muller.

Inspiratie (3)

Ton Lange, de voorzitter van Stichting Tileng, heb ik in 1994 leren kennen als een fantastische en bevlogen collega bij het Ministerie van VROM. Na terugkeer van zijn vakantie in 1997 uit Indonesië deed Ton uitvoerig verslag van zijn bezoek aan de desa Tileng. Ik had er nog nooit van gehoord en ik had ook geen idee waar het lag. Twee jaar later, na een volgend bezoek op Java, kwamen er meer verhalen los, niet alleen over de mooie natuur en de cultuur, maar ook over de leef- en woonomstandigheden van de bewoners in de desa Tileng. De vele foto’s en een video spraken boekdelen. Hij vertelde later dat hij tijdens zijn vakantie het plan had opgevat om in Nederland een stichting op te richten die mogelijk iets aan die omstandigheden zou kunnen doen; een stichting die het initiatief voor verbeterplannen bij de lokale bevolking legt.

Een penningmeester had hij al gevonden, nu nog een secretaris. In de loop van 2000 had hij mij over het idee van een stichting zo enthousiast gemaakt, dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om niet tot het bestuur toe te treden. En zo kon de Stichting Tileng van start gaan.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder. Als kleine stichting was het, zeker in het begin, heel moeilijk om je draai te vinden. Er zijn immers talloze goede doelen stichtingen die aan de weg timmeren om hun doel te promoten. Het mooie aan de Stichting Tileng vind ik nog steeds, dat niet wij in Nederland bepalen voor wat voor soort projecten er geld beschikbaar wordt gesteld, maar dat de lokale bevolking initiatieven ontwikkelt voor het realiseren van projecten waaraan behoefte is.

Alles wat er tot nu toe met geld uit Nederland via de Stichting Tileng is gerealiseerd en ook de manier waarop daarover met de lokale bevolking is gecommuniceerd, geeft mij inspiratie om mij te blijven inzetten als bestuurslid van deze stichting. Zonder de hulp van een vaste kring van donateurs kan dat echter niet.

Daarom herhaal ik met klem een van de motto’s van de stichting:

Volgende week volgt een bijdrage van het bestuurslid Ellen Mierop.

 

Inspiratie (1)

Regelmatig stel ik mij de vraag wat me inspireert om me in te zetten voor Stichting Tileng. Het gaat mij daarbij om de vraag of ik mij werkelijk inzet en daarbij het beste van mezelf geef als voorzitter van Stichting Tileng.

Wat was nu de aanleiding, de vonk, die mij deed besluiten –  na een bezoek aan de desa Tileng en de dusun Manggung – om mij in te zetten voor de mensen op Java? Het waren, zo scheen het mij toe,  de erbarmelijke woon- en leefsituatie, de armoede, de gebrekkige onderwijs accommodaties en de veerkracht/blijheid van de mensen onder deze omstandigheden.

Je wilt als “rijke Nederlander” eigenlijk geen hulpverlener zijn. Liever wil je gezien worden als één van hen. Door de jaren heen is zo vriendschap en wederzijdse waardering ontstaan, ondanks het feit dat er werelden van verschil tussen zitten. In mijn beleving zou de wereld er zo anders uitzien wanneer meer mensen dat zouden doen. Samen angsten delen (aardbeving in Imogiri in mei 2006), samen huilen, samen uitspreken, hoe moeilijk het leven soms is, samen opbouwen. Juist die verbondenheid geeft mij de kracht om door te gaan.

Wat mij ook blijvend inspireert zijn de dankbare berichten van de mensen ter plekke. De geweldige resultaten die we daar, als Stichting Tileng (dankzij Nederlandse donaties), bereiken door de inzet en doorzettingsvermogen van de mensen zelf in de desa’s op Java.

Mijn voornaamste werk bestaat uit “fundraising”. Goede doelen hebben anno nu ook te maken met de economische recessie. Stichting Tileng gaat het ondanks alles redelijk, te meer omdat we tastbare resultaten laten zien. Dat, tenslotte inspireert mij des te meer om er nog harder voor de gaan.

Volgende week een bericht van penningmeester Cees van der Jagt.

SMS bericht(en)

De afgelopen week kreeg ik op een avond om 22:45 uur een SMS-je van onze vertegenwoordiger in Baturraden, Tekad Santos. Daar was het op dat moment 04:45 uur in de morgen van de volgende dag. Na enig heen en weer sms-en besloot ik hem maar te bellen om van hem te weten te komen waar de berichtjes over gingen. Hij vroeg of ons reisschema al definitief is; ik ga immers later dit jaar samen met mijn vrouw en twee donateurs een privé-reis naar Sumatra maken met aansluitend een onvermijdelijk en vanzelfsprekend bezoek aan de desa’s Tileng, Imogiri en Baturraden op Java.

Ik zei dat het definitief is en dat de vliegtickets al in ons bezit zijn. “Maar waarom wil je dat weten?” vroeg ik hem. Hij zei dat de herbouw van de lagere school in Pamijen (onderdeel van Baturraden) klaar is en dat de herbouw van de lagere school in Karangsalam (ook onderdeel van Baturraden) inmiddels is gestart, en daarom wilde hij weten wanneer wij exact in Baturraden zouden zijn. Het dorpscomité, de directeuren en ons management wil namelijk dat ik als voorzitter van Stichting Tileng de beide lagere scholen officieel in gebruik zal geven.

Ik heb gezegd dat ik daartoe bereid ben, want ik weet dat ik er vanuit kan gaan dat er dan weer mooie resultaten zijn neergezet, mede door de participatie van de ouders van leerlingen en inwoners van Baturraden.

Ik vertelde hem, dat ik in Tileng met ons plaatselijk management een bezoek zal brengen aan de “Buffelbank” en dat ik verder zal bekijken hoe het gegaan is met de bouw van het corporatiegebouw. Ook zal ik gaan praten met de mensen over de manier waarop de organisatie van de buffelbank in de andere dusuns (woongemeenschappen) van de desa Tileng plaats vindt. Op zijn verzoek zal ik ook in Baturraden overleggen over de opzet van een “Buffelbank” en op welke wijze men een projectaanvraag moet indienen.

In Imogiri ga ik kijken naar de onlangs met onze steun gerealiseerde permanente woningen, die een deel van de na de aardbeving van 2006 geplaatste bamboe noodwoningen hebben vervangen. Daarbij zal in overleg met de lokale bevolking worden gekeken naar een woningverdeelsysteem. Er moet immers worden voorkomen dat de gebouwde noodwoningen op willekeurige wijze worden vervangen door permanente. Ook in Imogiri zal ik praten over het opzetten van een  “Buffelbank”.

Interesse in de stichting

Voor een wandeling en een goed gesprek ga ik met mijn gast naar buiten, ook al is het wel wat guur in het Hitlandbos in Capelle aan den IJssel. Een heel verschil met het weer in de desa’s Tileng, Baturraden en Imogiri op Java, want daarover wil ik het hebben met mijn gast, die geïnteresseerd is in de stichting.

“Wat heb jij met de desa’s?”, vraagt de man. “Heel veel”, antwoord ik; “in 1997 gingen mijn vrouw en ik voor het eerst op bezoek bij ons pleegkind in dusun Manggung, een woongemeenschap in de desa Tileng. Ik sliep op de grond en mijn vrouw mocht in een bed slapen, samen met Ribut, ons pleegkind, en haar moeder. De volgende dag keken we rond in de desa en spraken met het dorpscomité. Ze hadden grote behoefte aan stenen woningen. Ik heb toen met de mensen van het dorp afgesproken dat zij plannen zouden maken en dat ik dan zou proberen te zorgen dat er geld voor zou komen. Op die manier zijn er vanaf toen drie nieuwe woningen gebouwd en zeven gerenoveerd.

Na verloop van tijd hebben we in 2000, samen met anderen, de Stichting Tileng opgericht, waarvan ik voorzitter werd. Bram van der Weele werd secretaris en Cees van der Jagt penningmeester.”

“Waarom voel je je zo betrokken bij Tileng?” vraagt de man. “Ik kan het niet verkroppen dat mensen onvrijwillig onder slechte omstandigheden moeten leven. Ik vind dat we er alles aan moet doen om hun situatie te verbeteren”.

Direct daarop stelt hij zijn volgende vraag: “wat doet de stichting nu precies?” Mijn antwoord: “De bewoners van de desa’s maken zelf een plan voor een bepaald project. Dat werken ze uit met hulp van onze plaatselijke  vertegenwoordigers op Java. Daarna sturen ze het op aan het bestuur van de stichting, dat het plan vervolgens beoordeelt. Als het wordt goedgekeurd, laat het bestuur de bewoners weten wanneer en in hoeveel fasen ze het geld voor het project kunnen verwachten en wanneer ze moeten rapporteren over het project. Ik ga zelf om de twee jaar naar Indonesië en dan besteed ik één week van mijn vakantie aan het bezoeken van de projecten.  Op die manier zijn er al kleuter- en lagere scholen gebouwd, leermiddelen gekocht, studiegelden van leerlingen en salarissen van onderwijzend personeel betaald. Ook loopt ons buffelproject nog steeds. Bij het buffelproject krijgt een familie een koe in bruikleen. Als de koe een kalf krijgt mag de familie dat houden, de koe gaat door naar een volgende familie. Ondertussen lopen er zo’n 125 koeien rond”.

De laatste vraag die mijn gast stelt is: “hoe komen jullie aan al dat geld?”, waarop ik vertel: “Tsja, we hebben in de bijna afgelopen 10 jaar veel donateurs voor onze stichting weten te interesseren. Ook mensen die eenmalig een bedrag overmaken en een paar royale sponsors weten het werk van de stichting inmiddels te waarderen door die waardering om te zetten in klinkende munt. De enige kosten, die de stichting aan overhead kwijt is, bestaan uit de jaarlijkse bijdrage voor inschrijving bij de Kamer van Koophandel en uit bankkosten.”

“Zo”, besluit mijn gast, “dat is heel mooi; je hebt me ervan overtuigd om sponsor van de Stichting Tileng te worden”