Skip to main content

Tag: Indonesië

Bezoek aan de desa’s van Stichting Tileng

Binnenkort vertrek ik op eigen kosten weer voor een vakantie naar Indonesië. Aan het eind van mijn vakantie op Sumatra zal ik doorreizen naar Java en zal ik weer een bezoek brengen aan een aantal projecten van Stichting Tileng. In Baturraden zal ik twee lagere scholen in gebruik geven, in Imogiri wordt de vierde permanente woning (link verhaal van 7 mei a.s. Ton) in gebruik gegeven en in Manggung vindt de feestelijke oplevering plaats van het coöperatiegebouw (link verhaal van 28 mei a.s. Cees) van de buffelbank. Al deze projecten hebben wij kunnen financieren met donaties van onze donateurs en sponsors.

Tijdens mijn reis zal ik proberen al iets van mijn belevenissen in de desa’s te mailen aan de eindredactie van het nieuws, zodat u via de website op de hoogte kunt blijven.

Tijdens mijn verblijf op Java zal ik ook de bezoeken van onze bestuursleden Eveline de Bruijn en Ellen Mierop voorbereiden. Eveline zal op eigen kosten een bezoek brengen in het kader van het promotieproject “Dichterbij: een kunstproject in woord en beeld” . Ellen zal op eigen kosten een aantal projecten bezoeken tijdens haar vakantiereis naar Java en Bali.

De kosten van de 3 bezoeken komen, zoals u van ons gewend bent, niet ten laste van de financiële middelen van de stichting. Stichting Tileng streeft er immers naar de overheadkosten zo laag mogelijk te houden; zie ook: Bestedingsgarantie.

https://www.tileng.nl/index.php?page_id=1160 .

Zoals u leest worden door bestuursleden kosten nog moeite bespaart om met eigen ogen de projecten van de stichting te zien.

Even voorstellen….

Het is donderdagmiddag 6 mei in Yogyakarta (‘Jogja’), Indonesië. Locatie: de faculteit Culturele Wetenschappen (Ilmu Budaya) van de Universiteit Gadjah Mada (UGM). Ik ben net een paar dagen koud ingevlogen vanuit Amsterdam en zit nu onder tropische omstandigheden tussen wat Indonesische studenten Antropologie in. Met mijn geringe kennis van het Bahasa probeer ik mezelf verstaanbaar te maken. Het lukt voor, ik schat, ‘dua puluh persen’ (20%). Na wat gestuntel met de taal, word ik meteen al door medestudent Jeri uitgenodigd voor een feest aan de voet van de vulkaan Merapi  morgenavond. Althans, dat denk ik. Vrijdagmiddag 7 mei. Daar sta ik dan met mijn mobieltje in mijn hand vragend aan Jeri wanneer hij mij vanavond komt oppikken. Ik heb mijn avondeten bij mijn ‘rumah kos’ al afgezegd en heb wat ‘kretek’ ingeslagen voor vanavond. Na wat doorvragen blijkt dat het feest pas morgenavond 8 mei is!. In mijn gedachten ga ik terug naar donderdagmiddag en ik hoor Jeri toch echt ‘sampai besok’ (tot morgen) zeggen. Mijn eerste praktijkles Indonesië is een feit. ‘Sampai besok’ betekent in Indonesië vaak niet letterlijk ‘de dag na vandaag’, maar kan net zo goed ‘volgende week’ betekenen. ‘Selamat datang di Indonesia!’.

Mijn naam is Jozef den Hollander, 26 jaar oud en master-student Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.  Voor mijn afstudeerproject wil ik binnenkort naar de drie plaatsen gaan waar Stichting Tileng al jaren actief is. Daar zal ik niet namens de Stichting Tileng, maar wel met behulp van de lokale vertegenwoordigers van de stichting, onderzoek doen naar de verschillende interacties tussen mensen in de desa’s. Waarom, vraagt u zich misschien af?. Ontwikkelingshulp is geen eenrichtingsverkeer en vindt niet alleen plaats tussen Stichting Tileng en de verschillende doelgroepen van de projecten. Er zijn meerdere mensen op het toneel die niet behoren tot de verschillende doelgroepen, maar die wel effect kunnen hebben op de resultaten van de projecten. De aanwezigheid van de projecten van Stichting Tileng in de desa’s gaat dus, zij het in meer of mindere mate, alle mensen van de desa’s aan!. Als student Antropologie ben ik vanaf het begin van mijn studie al zeer geïnteresseerd in ontwikkelings- en armoedevraagstukken. Met dit onderzoek hoop ik dan ook meer te weten te komen over de complexe werking van ontwikkelingshulp. In de toekomst probeer ik u meer te vertellen over mijn onderzoek, maar wanneer dat zal zijn……tja, ik kan hier in Indonesië alleen maar zeggen ‘sampai besok’!.

De lagere school in Pamijen is klaar !!

Verhaal mei 2011 CeesIn december 2008 was op onze website een verslag van mijn bezoek aan Baturraden, waaronder Pamijen valt, te lezen. Om de geheugens wat op te frissen hierbij een kort citaat:

“Maar dan de school; de tranen springen je in de ogen. Overal gaten in muren, ramen en plafonds. Het beton is te goedkoop uitgevoerd en valt uit elkaar. Het ijzer is onbeschermd en doorgeroest. En zelfs het asbest (!!) is er zo slecht aan toe dat er gaten in vallen.”

Sindsdien hebben wij u met enige regelmaat op de hoogte gehouden van de voortgang van dit project. Van het vinden van een sponsor voor de nieuwbouw van deze school tot mooie foto’s tijdens de bouw ervan.

Nu is het tijd voor het allerbelangrijkste nieuws: Hij is klaar!

Verhaal Pamijen april 2010 aWederom springen de tranen is je ogen, maar nu om een heel andere reden. De foto’s maken het succes duidelijker dan ik ooit zou kunnen.

De drie foto’s tonen de volledige school (van enige afstand), het schoolplein en één van de lokalen.

Onze voorzitter zal de school in juli, tijdens zijn bezoek aan Indonesië, de school officieel in gebruik geven. Hij zal daar ook ongetwijfeld verslag van doen. Wordt vervolgd.

 

 

Verhaal Pamijen april 2010 b

Inspiratie (6)

Wat inspireert mij in mijn werk voor Stichting Tileng? Die vraag heb ik mij inderdaad wel eens gesteld. Wat is de drijfveer om je in te zetten voor een stichting als Stichting Tileng? Ik denk dat er maar een antwoord past bij een vraag als deze, namelijk: passie. Passie voor het land en voor de mensen die er leven.

Passie voor een heleboel mooie dingen, die we daar met zijn allen al hebben kunnen realiseren. Nieuwe scholen bouwen, oude scholen renoveren. Huizen bouwen, met name in Imogiri na de aardbeving in 2006. Na de ramp hebben we direct kunnen helpen, mede dankzij de donateurs hebben we 35 tijdelijke huizen kunnen bouwen. Nu, inmiddels vier jaar later, wordt er nog steeds gebouwd aan huizen die toen zijn beschadigd. Nog steeds wonen er mensen in huizen die zwaar zijn beschadigd door de aardbeving. We hebben hier al heel veel aan kunnen doen, maar we zijn nog druk bezig iedereen in het getroffen gebied een goed onderkomen te bieden door het bouwen van nieuwe woningen. Vier zijn er inmiddels klaar. Er moeten er nog tien worden gebouwd.

Passie die ik mag delen met de leden van het bestuur, maar zeker ook met de donateurs die de stichting een warm hart toe dragen. Passie die je deelt met de mensen in Indonesië, onze vertegenwoordigers die zich dagelijks inzetten om de ingediende plannen goed en binnen het door hen zelf opgelegde budget te realiseren.

Allemaal belangeloos, zowel hier in Nederland als aan de andere kant van de wereld in Indonesië. Samen werken we aan iets moois, het einde is nog niet in zicht, we kunnen er nog zoveel doen.

Ook zijn er nog steeds kinderen die naar school moeten in een gebouw dat niet voldoet; lekke daken, kapot meubilair. En wat te denken van het buffelproject; inmiddels een groot succes in Manggung en omgeving. We zijn druk bezig om dit ook in Imogiri en Baturraden te realiseren. Ieder gezin een koe, hoe simpel kan het zijn? Iedere keer weer wordt de passie gevoed door goede berichten uit de desa’s. Simpelweg een mailtje met een foto. Een foto waarop blije kinderen staan die weer veilig naar school kunnen. Of een foto van een gezin voor het gerenoveerde huis. Op het gezicht een glimlach, niet alleen bij hen, maar ook bij mij. Iedere keer weer, als we een nieuw project hebben opgeleverd en we het resultaat mogen aanschouwen, dan ben ik trots dat ik daar deel van uit mag maken. Dat moet passie zijn. Voor mij het enige juiste antwoord.

Volgende week leest u over de inspiratie van onze ambassadeur Wouter Muller.

Inspiratie (3)

Ton Lange, de voorzitter van Stichting Tileng, heb ik in 1994 leren kennen als een fantastische en bevlogen collega bij het Ministerie van VROM. Na terugkeer van zijn vakantie in 1997 uit Indonesië deed Ton uitvoerig verslag van zijn bezoek aan de desa Tileng. Ik had er nog nooit van gehoord en ik had ook geen idee waar het lag. Twee jaar later, na een volgend bezoek op Java, kwamen er meer verhalen los, niet alleen over de mooie natuur en de cultuur, maar ook over de leef- en woonomstandigheden van de bewoners in de desa Tileng. De vele foto’s en een video spraken boekdelen. Hij vertelde later dat hij tijdens zijn vakantie het plan had opgevat om in Nederland een stichting op te richten die mogelijk iets aan die omstandigheden zou kunnen doen; een stichting die het initiatief voor verbeterplannen bij de lokale bevolking legt.

Een penningmeester had hij al gevonden, nu nog een secretaris. In de loop van 2000 had hij mij over het idee van een stichting zo enthousiast gemaakt, dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om niet tot het bestuur toe te treden. En zo kon de Stichting Tileng van start gaan.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder. Als kleine stichting was het, zeker in het begin, heel moeilijk om je draai te vinden. Er zijn immers talloze goede doelen stichtingen die aan de weg timmeren om hun doel te promoten. Het mooie aan de Stichting Tileng vind ik nog steeds, dat niet wij in Nederland bepalen voor wat voor soort projecten er geld beschikbaar wordt gesteld, maar dat de lokale bevolking initiatieven ontwikkelt voor het realiseren van projecten waaraan behoefte is.

Alles wat er tot nu toe met geld uit Nederland via de Stichting Tileng is gerealiseerd en ook de manier waarop daarover met de lokale bevolking is gecommuniceerd, geeft mij inspiratie om mij te blijven inzetten als bestuurslid van deze stichting. Zonder de hulp van een vaste kring van donateurs kan dat echter niet.

Daarom herhaal ik met klem een van de motto’s van de stichting:

Volgende week volgt een bijdrage van het bestuurslid Ellen Mierop.

 

Inspiratie (2)

Vorige week heeft u kunnen lezen wat onze voorzitter Ton Lange heeft bewogen zich in te zetten voor de Stichting Tileng. Wanneer ik zou moeten aangeven wat mij heeft bewogen zou ik naar waarheid kunnen zeggen dat het Ton was die mij heeft overgehaald; maar dat is dan toch iets té kort door de bocht. Daarom wil ik nog iets kwijt over mijn overwegingen die hebben geleid tot toetreding tot het bestuur van de stichting.

Ik ben altijd in hart en nieren een globetrotter geweest. Ik voel me thuis in vreemde oorden en wil zo veel mogelijk opsnuiven van andere culturen. Ik ben er ook van overtuigd, dat het reizen over de wereldbol belangrijk is voor je vorming. Je leert begrijpen, en als normaal (en ook leuk) ervaren, dat er verschillen zijn in mensen, gebruiken en normen en waarden. De een is niet beter of minder dan de ander, maar gewoon anders. Ook leert het je nederig en vooral dankbaar te zijn voor je eigen afkomst, wanneer je ziet hoeveel armoede er nog is op de wereld. Of het dan over de sloppenwijken van Miami, Bangkok, Tirana of Jakarta gaat, het laat een enorme indruk achter.

Dat je als rijke westerling je steentje bijdraagt aan de internationale hulporganisaties spreekt voor mij vanzelf, maar dat blijft onbevredigend. Wanneer je zelf zoveel ellende hebt gezien, wil je ook zelf iets doen. Toen Ton mij vroeg of ik ook mee wilde doen aan zijn initiatief in Indonesië, kwam dat als geroepen. Dit was voor mij de kans echt iets bij te dragen. En dan nog wel in Indonesië, een land dat ik al eerder had bezocht en waar ik mij enorm had thuis gevoeld. Een land vol schoonheid, warmte en mogelijkheden.

Inmiddels heb ik onze projecten aldaar een paar maal mogen bezoeken en wanneer ik de lachende ogen van de kinderen daar zie, dan weet ik dat het een juiste keuze was.

Volgende week een bericht van onze secretaris, Bram van der Weele.

Estafette project huizen bouwen in Imogiri Indonesië

Na de dramatische aardbeving in mei 2006, waarbij veel huizen van de bewoners totaal onbewoonbaar zijn geworden, heeft Stichting Tileng in samenspraak met de getroffen bewoners in eerste instantie een kleine 30 noodwoningen gefinancierd. In 2009 is begonnen met een aanvullend project: het bouwen van permanente woningen. Inmiddels zijn er al 4 opgeleverd. Maar, we gaan door. In totaal moeten er nog 10 woningen worden gebouwd.

Stichting Tileng financiert een nieuw te bouwen huis voor 100%. Het huis blijft eigendom van de stichting en wordt aan de bewoners verhuurd voor een bedrag naar draagkracht. Het is niet toegestaan dat gebruikte materialen door de bewoners worden verhandeld; daar tekenen ze ook voor. Dergelijke huisvesting draagt er toe bij, dat de mensen zich volledig kunnen richten op werk en inkomen. Ze hebben immers een kopzorg minder, zodat ze hun gezin kunnen onderhouden en hun kinderen redelijk onbezorgd naar school kunnen gaan. Als er op termijn voldoende huurpenningen zijn binnengekomen, levert dat de financiële basis voor de bouw van een ander, nieuw huis.

Afhankelijk van de koers van de Indonesische Rupia bedragen de kosten van één stenen huis vrij opgeleverd ruim  € 6.550. Onze stichting heeft ervoor gekozen om pas aan de realisatie van een volgend  huis te beginnen als er in Nederland voldoende financiële middelen aanwezig zijn.

Daarom starten we de “Estafette Woningbouw Imogiri”. Zie de wedstrijdthermometer op www.tileng.nl

Aanschuiftafel Bunga lili

Sinds vorige maand bestaat de mogelijkheid om eens per twee maanden in Lopik aan te schuiven aan de Indische en Thaise eettafel van Sonja van de Lely. De opbrengst van deze zogenoemde “aanschuiftafel” is bestemd voor het werk van de Stichting Tileng. Dit initiatief wordt door ons natuurlijk van harte toegejuicht. Op haar eigen website legt Sonja uit hoe het allemaal zo gekomen is.

“Het initiatief voor de aanschuiftafel is ontstaan tijdens een reis in 2007. In januari van dat jaar maakten wij met mijn ouders (beide al in de 80) een reis naar Indonesië en trokken wij van West- naar Oost-Java, Bali en de Gili eilanden (ten noordwesten van Lombok). Het werd een hele bijzondere reis, want voor de eerste keer ging ik terug naar mijn geboorteland.

Op Midden-Java verbleven wij o.a. in Baturraden, een prachtige plek waar we samen met een gids een wandeling maakten door de prachtige natuur en langs de heetwaterbronnen. Onze gids, Santos, vertelde over de omgeving en over de stichting waar hij in het dagelijkse leven werkzaam is, Stichting Tileng. Wij werden gegrepen door zijn toewijding en enthousiasme, vooral toen hij later op de dag één van de projecten van de stichting aan ons liet zien, een lagere school in Baturraden. Een reis in februari 2008 naar Bali, wakkerde onze plannen om iets te willen doen voor het goede doel weer aan en na terugkeer besloten we de Stichting Tileng op een niet alledaagse manier te ondersteunen. Zo ontstonden de plannen voor een “aanschuiftafel”. Indisch (oosters) koken voor een klein aantal betalende gasten, waarvan de opbrengst naar de Stichting Tileng gaat.”

Meer informatie over de “aanschuiftafel” op www.bungalili.nl.

Interesse in de stichting

Voor een wandeling en een goed gesprek ga ik met mijn gast naar buiten, ook al is het wel wat guur in het Hitlandbos in Capelle aan den IJssel. Een heel verschil met het weer in de desa’s Tileng, Baturraden en Imogiri op Java, want daarover wil ik het hebben met mijn gast, die geïnteresseerd is in de stichting.

“Wat heb jij met de desa’s?”, vraagt de man. “Heel veel”, antwoord ik; “in 1997 gingen mijn vrouw en ik voor het eerst op bezoek bij ons pleegkind in dusun Manggung, een woongemeenschap in de desa Tileng. Ik sliep op de grond en mijn vrouw mocht in een bed slapen, samen met Ribut, ons pleegkind, en haar moeder. De volgende dag keken we rond in de desa en spraken met het dorpscomité. Ze hadden grote behoefte aan stenen woningen. Ik heb toen met de mensen van het dorp afgesproken dat zij plannen zouden maken en dat ik dan zou proberen te zorgen dat er geld voor zou komen. Op die manier zijn er vanaf toen drie nieuwe woningen gebouwd en zeven gerenoveerd.

Na verloop van tijd hebben we in 2000, samen met anderen, de Stichting Tileng opgericht, waarvan ik voorzitter werd. Bram van der Weele werd secretaris en Cees van der Jagt penningmeester.”

“Waarom voel je je zo betrokken bij Tileng?” vraagt de man. “Ik kan het niet verkroppen dat mensen onvrijwillig onder slechte omstandigheden moeten leven. Ik vind dat we er alles aan moet doen om hun situatie te verbeteren”.

Direct daarop stelt hij zijn volgende vraag: “wat doet de stichting nu precies?” Mijn antwoord: “De bewoners van de desa’s maken zelf een plan voor een bepaald project. Dat werken ze uit met hulp van onze plaatselijke  vertegenwoordigers op Java. Daarna sturen ze het op aan het bestuur van de stichting, dat het plan vervolgens beoordeelt. Als het wordt goedgekeurd, laat het bestuur de bewoners weten wanneer en in hoeveel fasen ze het geld voor het project kunnen verwachten en wanneer ze moeten rapporteren over het project. Ik ga zelf om de twee jaar naar Indonesië en dan besteed ik één week van mijn vakantie aan het bezoeken van de projecten.  Op die manier zijn er al kleuter- en lagere scholen gebouwd, leermiddelen gekocht, studiegelden van leerlingen en salarissen van onderwijzend personeel betaald. Ook loopt ons buffelproject nog steeds. Bij het buffelproject krijgt een familie een koe in bruikleen. Als de koe een kalf krijgt mag de familie dat houden, de koe gaat door naar een volgende familie. Ondertussen lopen er zo’n 125 koeien rond”.

De laatste vraag die mijn gast stelt is: “hoe komen jullie aan al dat geld?”, waarop ik vertel: “Tsja, we hebben in de bijna afgelopen 10 jaar veel donateurs voor onze stichting weten te interesseren. Ook mensen die eenmalig een bedrag overmaken en een paar royale sponsors weten het werk van de stichting inmiddels te waarderen door die waardering om te zetten in klinkende munt. De enige kosten, die de stichting aan overhead kwijt is, bestaan uit de jaarlijkse bijdrage voor inschrijving bij de Kamer van Koophandel en uit bankkosten.”

“Zo”, besluit mijn gast, “dat is heel mooi; je hebt me ervan overtuigd om sponsor van de Stichting Tileng te worden”

We doen het echt samen

Een van de belangrijkste pijlers van Stichting Tileng is de nauwe samenwerking met de lokale bevolking. Zij moet de ideeën aandragen, de planning maken, het project uitvoeren, etc. Kortom, de bevolking moet er volledig achter staan; dat is – zo is onze ervaring, de beste garantie voor de kans op succes.

En aansprekend voorbeeld zijn de in Imogiri gebouwde noodwoningen na de aardbeving in 2006. Wij hebben er in samenwerking met de mensen daar ruim dertig gebouwd, die allemaal nog steeds worden gebruikt. Tijdens een van onze bezoeken de afgelopen tijd zagen we echter ook een noodwoning, die door een – ongetwijfeld – goedwillende hulporganisatie was gebouwd. Kennelijk was dit gebeurd zonder overleg met de lokale bevolking; door fout materiaalgebruik was deze woning zo onpraktisch dat hij nooit in gebruik is genomen.

Het verheugt ons dan ook altijd enorm,  wanneer er – naast de structurele samenwerking – spontaan hulp uit regio wordt aangeboden. Soms heeft dat de vorm van een financiële bijdrage of  zijn het vrijwilligers die komen helpen en in een ander geval zijn het materialen die ter beschikking worden gesteld. Zo bereikte ons kort geleden het bericht dat de lokale autoriteiten in Pamijen (onderdeel van Baturraden) 4 m3 hout ter beschikking heeft gesteld voor de bouw van een gebedsruimte bij de lagere school, waaraan de stichting op dit moment druk aan het bouwen is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uiteraard is het hout bijzonder welkom en zal het goed gebruikt worden, maar nog belangrijker is het zoveelste signaal dat het wel goed zit met de samenwerking tussen de stichting en de lokale bevolking.